Mensen vragen me vaak hoeveel Joel al praat. Nou, hier komen wat gesprekjes...
-De kleine man heeft een oranje balloon gekregen.
'Mama, is dat blauw?'
'Nee, de ballon is oranje. Orange. Kijk, je broek is blauw'.
'Oo ja. Is orange!. Kijk, daar is mijn ballon. Op hoog!'
-We zijn aan 't lopen en onderweg zien we verschillende vliegtuigen. Dat heb je zo als je op een paar kilometer afstand van een vliegveld woont. Vanuit de buggy klinken enthousiaste kreten:
'KIJK! Een airplane! Mag ik zien?'
We draaien de buggy bij zodat de kleine man het wat beter kan zien.
'Daar! Airplane. Faster, faster! De airplane doet faster faster'.
Het vliegtuig verdwijnt uit zicht - boven de wolken. Dat gebeurde ook bij een eerder vliegtuig en toen hebben we hem dat dus uitgelegd.
'Waar is de airplane nou?. Hij is in de wolken'.
Ja, je hoeft hem dingen maar 1 keer te vertellen.
-Henk is met de kids soep aan 't eten. Joel eet als eerste al z'n stukjes vlees eruit.
'Ik heb helemaal niet vleesjes meer!. Becca, heb jij nog vleesjes?'
'Ja'
'Papa, heb jij nog vleesjes?. Mag ik vleesjes?'
En hoe goed hij ook kan praten, z'n woord voor 'lepel is 'flafla'. Af en toe vraag ik hem: 'zeg es 'lepel'?' en het komt perfect uit z'n mond: 'lepel'. Maar daar blijft het bij - een typisch onder-het-eten gesprekje:
'Joel, ga es hapjes doen.'
'Ik heb helemaal niet flafla.'
'O. Waar is je lepel dan?'
'Op de grond. Daar!'. Glimogen.
Zucht...
De lepel wordt opgeraapt. Maar zelf eten is er niet bij - tenzij het pasta is, of er stukjes vlees op bord liggen, of soep.
'Helpen jij papa. Helpen mij'. En bord en lepel worden richting Henk geduwd. Waarna het laatste met enige regelmaat gevuld in de kleine man's mond gestopt moet worden. Dan gaan we toetje eten. Per ongeluk (of niet) krijgt Joel een stenen 'grote-mensen-schaaltje'.
'Dat is helemaal niet mijn bak. Niet die bak' en prompt wordt het schaaltje weggeduwd. Of op de grond gegooid. En als we de kast open doen om z'n eigen 'Mister Happy' schaaltje te pakken komt er een opgelucht: 'jaa! dat is mijn bak!. En mijn flafla'. Waarop vervolgens de yogurt naar binnen gewerkt kan worden.
Dus zo kan hij praten. Begrippen als 'twee', 'heel veel', 'mijn' en 'jouw', 'boven' en 'onder' zijn geen enkel probleem - 'dat is niet mijn huis' vertelt meneer me terwijl hij naar het huis van de buurvrouw wijst. En hij vindt het heerlijk om gewoon een beetje bij mij te zitten en te kletsen. Te vertellen wat hij allemaal ziet als we in de auto rijden, een firetruck, een dinosaur in de wolken, een motorbike, een airplane, en noem maar op.
No comments:
Post a Comment